De wijze waarop ik docenten coach, komt voort uit mijn eigen ervaringen voor de klas. Vanuit die positie zie je uiteindelijk helder ‘wat er nodig is’. Je herkent vaak de zoektocht die je ooit zelf aflegde als beginnend docent. Naast het coachen ben ik altijd les blijven geven. Beter: ik heb altijd les gegeven, daarnaast hield ik me ook bezig met het coachen van startende of zittende docenten.

Vertrouwensband tussen coach en coachee
Er bestaat geen vast recept over de beste wijze van docentbegeleiding. Elke keer is anders. Uitgangspunt is dat ik als coach de coachee zo snel mogelijk wil leren kennen; we zoeken naar ‘gezamenlijkheid’ en proberen een vertrouwensband op te bouwen. De coachee moet zich begrepen voelen en veilig bij je weten. Als coach ben je eerlijk en openhartig, maar je houdt je ver van oordelen vellen.
Het stellen van sturende vragen.
Veel hangt af van de beginsituatie en de persoonskenmerken van de coachee. Coaching is géén training waarbij vaardigheden worden overgebracht. Het is ondersteuning door het stellen van sturende vragen in de zoektocht van de coachee naar zijn/haar eigen antwoorden. Hieruit groeit stap voor stap een eigen stijl van lesgeven. Een stijl passend bij die specifieke persoon.
De ene stap is moeilijker dan de andere. Je hebt niet voor alles talent en je moet leren daarmee om te gaan. Het pad beklimmen kost hoe dan ook energie. Daarnaast moet het ook jouw eigen pad zijn. Het vraagt heel wat van jezelf om steeds weer je bergschoenen aan te trekken.
Iemand coachen is een tocht die je samen onderneemt; het doel en de richting moeten helder zijn.
Hoever je samen komt, weet je achteraf pas.
